Segrijnslak

Laatst vroeg mijn buurman of ik even in zijn tuin zou willen kijken. Hij was bezig de tuin winterklaar te maken en kwam tussen de planten een groot aantal kleine witte bolletjes tegen. Het leken net piepschuimkorreltjes en waren zo groot als kunstmestkorrels. Beide konden het niet zijn, dus bleef maar een andere optie over: het waren de eitjes van de segrijnslak.

In de Nederlandse tuinen komt de segrijnslak vrij algemeen voor. Dit soort heeft een bruin huisje, wat er vaak verweerd uitziet. Oorspronkelijk is de segrijnslak in Nederland niet inheems, maar is hij lang geleden ingevoerd op groenten vanuit Zuid Europa. Sindsdien heeft hij zich bij ons ingeburgerd. De andere algemene huisjesslak is de tuinslak, met opvallende strepen op zijn huisje.

De segrijnslak heeft een lengte tijdens het kruipen van ongeveer 6 cm. De kleur van het lichaam is licht- tot donkergrijs en is niet gevlekt. Zijn kop bevatten vier tentakels, waarvan er twee de ogen zijn en de andere twee voelsprieten. Deze tentakels kan de segrijnslak in zijn kop terugtrekken. De segrijnslak is hermafrodiet, wat wil zeggen dat deze slak zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen bezit. Echter voor het produceren van de prachtige witte eitjes zijn wel twee slakken nodig.

Zijn slakkenhuisje is ongeveer 35 mm groot en heeft vier tot vijf windingen. De kleur is bruin tot donkerbruin en heeft een zeer grillige tekening van lichtere en donkere spiraalsgebonden dwarsbanden. Het huisje kan sterk verweerd zijn waardoor er weinig van de tekening overblijft. Hij kan meer dan vijf jaar oud worden, mits hij niet wordt opgegeten. Zijn andere naam is de “kleine wijngaardslak” en zoals veel mensen weten kun je wijngaardslakken eten. De segrijnslak is derhalve goed eetbaar, kijk echter wel uit dat er geen slakkenkorrels in de tuin gestrooid zijn.

Verschenen 22 november 2007