Spekkever

Regelmatig krijg ik op mijn deurmat het magazine Straatgras, een uitgave van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Hierin staan allerlei wetenschappelijke artikels, variërend van een historisch overzicht van vlinders in Rotterdam tot de eerste fossiele hyenakeutels uit de Noordzee. In een artikel over de digitalisering van de collectie Europese kevers viel mijn oog op de spekkever. Vreemd genoeg had ik daar nog nooit van gehoord, dus heb ik wat uitgezocht over dit insect.

De naam van de spekkever is afkomstig van zijn manier van leven en dan met name wat hij als voedsel gebruikt. Een volwassen insect, alsmede zijn larve, eet vrijwel alles wat dierlijk en droog is. Vroeger hing in menig boerderij spek te drogen en daar was dit soort een zeer onwelkome gast, vandaar zijn naam. Op zijn menu staat niet uitsluitend spek, hij doet zich ook te goed aan dode dieren, vismeel, honden- of kattenbrokken en zelfs beenderen.

De spekkever is een goede vlieger met een ovale lichaamsvorm van 8 mm lengte. De kleur aan de bovenzijde varieert van bruin tot bijna zwart, met uitzondering van een brede, lichtgekleurde band over het midden van zijn dekschild. Deze band is voorzien van een aantal donkere vlekken. Zie de tekening van mijn dochter Xandra. De onderzijde van het insect is voorzien van een fijne, fluweelachtige beharing.

Het vrouwtje legt na de paring haar eitjes in groepjes van ongeveer 20 stuks, dicht bij de voedselbron. In haar productieve leven kan zij tot wel 800 eitjes leggen. Zo’n eitje komt onder normale omstandigheden na negen dagen uit. Hieruit komt de larve, met zijn borstelachtige haren en roodbruine tot donkerbruine kleur. De ontwikkeling van de larve duurt, afhankelijk van het voedselaanbod en de temperatuur, meestal twee tot drie maanden. In die tijd heeft de larve bijna de dubbele lengte van zijn ouders gekregen. Vlak voor de verpopping ontstaat meestal de meeste schade; de larve boort zich namelijk diep in allerlei objecten om zich te beschermen. Het popstadium is echter relatief kort, maximaal twee weken.

Verschenen 19 januari 2011