Trap

Wat doet “een vaste constructie van opeenvolgende treden, waardoor men lopende naar een hoger of lager gelegen plaats van verdieping naar verdieping kan komen” in vredesnaam in een Stukje Natuur? Nu heeft het woord “trap”, zoals menig ander woord in het Nederlands, meerdere betekenissen. Het is niet alleen een synoniem voor de hierboven genoemde constructie, het is ook de benaming voor een aantal vogelsoorten. In Nederland kunnen twee soorten trappen voorkomen, de grote en de kleine trap.

Met opzet staat er “kunnen”, want beide vogelsoorten zijn zeer zeldzame dwaalgasten uit het oosten van Europa. De beste kans om überhaupt een grote of kleine trap te zien is tijdens de eerste drie maanden van het jaar. Je moet wel heel veel geluk hebben, beide soorten zijn namelijk ook nog eens uiterst schuw.

Niet alleen qua gedrag lijken beide soorten op elkaar, ook hun leefgebieden en hun voedsel komen sterk overeen. Zo bestaat het leefgebied hoofdzakelijk uit steppen, open graslanden en extensieve, rustige landbouwgronden. Dergelijke gebieden komen in Oost Europa, Spanje en Portugal nog voor. Het merendeel van beide populaties is daar ook te vinden. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit jonge scheuten, bladeren, bloemen en zaden van allerlei planten. Daarnaast komen insecten, wormen, slakken en andere kleine gewervelde en ongewervelde dieren op hun menu voor.

Naast de vele overeenkomsten zijn er uiteraard ook verschillen, met name hun uiterlijk en afmetingen. Voor hun uiterlijk verwijs ik naar een goede vogelgids, hun afmetingen is een heel ander verhaal. De grote trap, in bijzonder het mannetje van dit soort, kan een hoogte bereiken van één meter en een spanwijdte van 2,5 meter. Met een gewicht tussen de 10 en 15 kilo is het tevens de zwaarste vogel in Europa die kan vliegen. De afmetingen van de kleine trap zijn beduidend lager. Zijn hoogte is krap een halve meter, de spanwijdte bedraagt slechts één meter en het gewicht is amper één kilo.

Verschenen 5 februari 2014