Mol

In het voorjaar krijgt de tuin een grote beurt, afgestorven stengels en bladeren verdwijnen in de groene container of belanden op de composthoop. Het grasveld ontkomt ook niet aan de schoonmaakwoede en na de eerste maaibeurt, vervolgens nog even verticuteren en bemesten en het gazon ziet er weer strak uit. Totdat de volgende ochtend een mol aanspraak maakt op het grasveld en dat met lange mollengangen accentueert. Absoluut niet leuk, maar de mol is het niet kwalijk te nemen. De schoonheid van een strak gazon ontgaat hem ondergronds, gezien zijn slecht gezichtsvermogen zou hij het ook niet eens kunnen zien!

Hoogstwaarschijnlijk heeft de mol andere intenties. Normaal gesproken is een mol solitair, echter in het voorjaar gaan ook bij de mol de hormonen opspelen. Het mannetje gaat op zoek naar een geschikte vrouwtje. Hij verlaat zijn territorium en graaft lange mollenritten, totdat hij een territorium van een vrouwtje heeft gevonden. Daar paart hij vervolgens met het vrouwtje en verlaat haar territorium weer om verder solitair door het leven te gaan.

De bouw van de mol is uiteraard geheel afgestemd op zijn ondergrondse leven. Hij heeft een korte zwartfluwelen vacht waarmee hij, dankzij een speciale plaatsing van de haren in de huid, even gemakkelijk voor- als achterwaarts door de gangen kan bewegen. Bij de meeste zoogdieren zijn de haren naar achteren ingeplant, maar bij de mol zijn de haren willekeurig ingeplant.

Kenmerkend voor de mol zijn de tot grote graafhanden omgevormde voorpoten, met elk vijf vingers met puntige nagels en een duimpje, waarmee het dier de ondergrondse gangen graaft. Als een mol een gang graaft, krabt hij met één voorpoot de grond voor zijn snuit weg, terwijl hij zich met de andere voorpoot verankert. Na een paar schuifbewegingen wisselt hij vervolgens van voorpoot.

De mol heeft kleine, slecht ontwikkelde ogen met een diameter van slechts één millimeter; hij is echter niet blind. Zijn belangrijkste zintuig is zijn spitse roze snuit met gevoelige snorharen en tastzenuwen. Hiermee vindt hij zijn voedsel, voornamelijk bestaande uit regenwormen en keverlarven, in het circa 60 meter lange gangenstelsel.

Verschenen 5 mei 2010