Zwarte kraai

Onlangs zijn de gemeenteraadsverkiezingen geweest, met enkele verrassende uitslagen. Maar het meest opvallende was natuurlijk de controverse over meer of minder Marokkanen. Nu mag iedereen daar het zijne van vinden, we leven immers in een democratie. Echter als men in een willekeurige groep mensen vraagt of er meer of minder zwarte kraaien zouden moeten zijn, dan is de kans groot dat het antwoord hetzelfde is als bij die beladen partijbijeenkomst van de PVV.

Ik geef toe dat de zwarte kraai niet de meest fraaie vogel is die er in Nederland rondvliegt. Daarnaast is zijn gezang niet aantrekkelijk, ondanks dat de zwarte kraai tot de orde van de zangvogels behoort. Tevens is algemeen bekend dat de zwarte kraai wel eens een nest plundert of een jonge vogel grijpt. Tot slot versterkt de zwarte kleur het negatieve imago van deze vogel.

Naast bovengenoemde aspecten zijn er ook een aantal positieve zaken. Ten eerste is de zwarte kraai een aaseter en ruimt hij veel van de verkeersslachtoffers langs de Nederlandse wegen op. Ten tweede verorbert hij grote hoeveelheden emelten en engerlingen, die op hun beurt schadelijk zijn in graslanden. Niet voor niets zie je zwarte kraaien daar vaak rondlopen. Ten derde is de zwarte kraai één van de meest intelligente vogelsoorten in Nederland.

Door zijn grootte is de zwarte kraai natuurlijk opvallend, ongeveer een halve meter van snavel tot staart en een spanwijdte van bijna een meter. Daarnaast komt hij voornamelijk voor in open landschappen, mits daar grote bomen staan om in te nestelen. In tegenstelling tot de nauw verwante soorten, de roek en de kauw, broedt hij niet in kolonieverband. In bosrijke gebieden zul je hem minder vaak tegenkomen, daar komt namelijk de havik voor, zijn grootste natuurlijke vijand.

Of er nu meer of minder zwarte kraaien moet komen, laat dat maar aan de natuur over. Die regelt de aantallen al miljoenen jaren, hoewel veel mensen daar jammer genoeg anders over denken.

Verschenen 11 juni 2014