Grasmus

Er zijn een aantal vogelsoorten met de term “mus” in hun naam. De huismus is natuurlijk de meest bekende in deze categorie. Vaak, als men spreekt over “de mus”, bedoelt men dan ook de huismus. Maar er zijn natuurlijk nog een paar soorten. Iets minder bekend is de ringmus, het spreekwoordelijke broertje van de huismus, want deze behoort tot dezelfde familie als die van de huismus. Nog minder bekend is de heggenmus, die een onopvallend leven leidt in menig tuin en die tot een geheel aparte familie behoort. Tot slot komt in Nederland de grasmus nog voor, de minst bekende onder de “mussen”.

De grasmus is geen opvallende vogel, een bruine bovenzijde en een vaalwitte onderzijde maar wel met een duidelijk witte keel. Zijn aanwezigheid verraad zich vaak door zijn typische snelle zang. Het is een markant, krassend riedeltje, alsof de vogel erg zijn best doet maar gewoon niet zoveel talent heeft. Het mannetje zingt meestal vanuit de top van een struik of boom, slechts af en toe vliegt hij op voor een korte zangvlucht. Dat is dan een van de weinige mogelijkheden om de grasmus te zien, voor de rest leidt hij een verborgen leven.

Dat leven speelt zich vaak af in min of meer open terrein, zoals buitengebieden, duinen of struweel. Voorwaarde is wel dat er in het gebied struiken met een dichte kruidenvegetatie en een paar bomen aanwezig zijn. De struiken en kruidenvegetatie gebruikt hij voor het zoeken van zijn voedsel en als nestplaats. De bomen doen dienst als zang- en uitkijkpost.

Om aan te geven waar de grasmus voorkomt, twee voorbeelden waar ik hem op de fiets naar mijn werk tegenkom. Ten eerste langs Broekhuizen en dan met name het deel wat pal langs het spoor ligt. Soms zit hij daar op de bovenleiding van het spoor. Ten tweede langs het ruige grasland tussen het Diaconessenhuis in Meppel en de Hoogeveense vaart. Vaak zie of hoor ik hem daar in een boom vlak langs het fietspad.

Verschenen 9 juli 2014