Jeneverbes

Op z’n tijd lust ik wel een borrel. Mijn voorkeur gaat dan uit naar een bekend destillaat uit Schotland, met name de single malt variant. Echter borrels uit andere windstreken gaan er ook wel in, zoals uit Frankrijk of Friesland. Nu heeft Drenthe geen specifieke borrel, maar omdat er in Drenthe veel jeneverbessen staan, zou jenever een kandidaat kunnen zijn. Laat ik die nu niet lusten. Feit is wel, dat de jeneverbes een essentieel onderdeel is in de bereiding van dit destillaat.

Deze heester komt voornamelijk voor op de zandgronden van Drenthe en de Veluwe, maar ook in delen van Overijssel, Brabant en in de duinen langs de kust. Buiten Nederland komt de jeneverbes vrijwel overal in de koude en gematigde streken van het gehele noordelijk halfrond voor. Het is een tweehuizige plant, wat inhoud dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten staan.

Door langdurige begrazing met schapen en runderen ontwikkelde het landschap tot een heidelandschap met zandverstuivingen. Elke avond ging het vee weer naar stal, met het doel de verkregen mest voor de akkers te gebruiken. Hierdoor nam de hoeveelheid mineralen in het veld steeds verder af en de grond derhalve steeds armer. Een dergelijke gebied is het ideale biotoop voor de jeneverbes.

Dat de jeneverbes zich weet te handhaven op arme zandgronden heeft vooral te maken met het feit dat deze plant een symbiose aangaat met bodemschimmels. Zo’n symbiose is voordelig voor beide organismen, de plant voorziet de schimmel van suikers uit de fotosynthese, de schimmel voorziet de plant van mineralen en water. De schimmeldraden zijn namelijk zo fijn, dat deze in bodemporiën kunnen komen, die voor plantenwortels te nauw zijn. Tevens kunnen deze schimmels mineralisch of organisch gebonden fosfaten en andere nutriënten vrij maken en beschikbaar stellen voor de plant. Hierdoor heeft de jeneverbes het rijk als het ware alleen, immers andere grotere planten kunnen het, zonder deze symbiose, op de arme zandgronden niet redden.

Verschenen 12 november 2014