Ransuil

“97, 98, 99, 100. Wie niet weg is, wordt gezien. Ik tel tot tien: 1!, 2!, 3!, 4!, 5!, 6!, 7!, 8!, 9!, 10!” Zo eindigt meestal het aftellen bij verstoppertje spelen. Dit spelletje kunnen kinderen vrijwel overal spelen, binnen in huis of buiten in de tuin. Nog leuker is het op een boerderij en helemaal spannend is het in een bos. Daar lopen immers ook nog “enge beesten” rond.

Nodig bij het verstoppertje geen ransuil uit, mocht je dat willen. Als er één beest is die zich goed weet te verstoppen, dan is het misschien wel deze prachtig roofvogel. Dat bleek eens te meer tijdens mijn studententijd. Ik ging regelmatig met mijn kamergenoot vogelen in de omgeving. Op een middag in de winter ging ik met hem naar de uiterwaarden. We naderden een paar meidoorns en zagen niets bijzonders in die bomen. Voor de zekerheid ging ik even onder een van de meidoorns kijken of er toevallig braakballen lagen. Vliegen er plots vier ransuilen boven mij weg. Nooit gezien!

Het groepje meidoorns was hoogstwaarschijnlijk een roestplaats voor deze ransuilen. In de winter zoeken zij namelijk elkaars gezelschap op. In ons geval slechts vier stuks, maar dat kunnen er veel meer zijn. Er zijn roestplaatsen waar tegen de honderd ransuilen kunnen zitten. En een roestplaats hoeft niet in een of andere natuurgebied te staan. Er zijn roestplaatsen bekend midden in de stad.

Ondanks dat de ransuil vaak onopgemerkt blijft, heeft hij wel het klassieke profiel van een uil. Vraag een willekeurig persoon om een uil te tekenen en meestal tekent men een uil met het kenmerkend gezichtsmasker, inclusief oorpluimen. Echter die oorpluimen zijn niet zijn oren. Die zitten aan de zijkant ter hoogte van zijn ogen, verborgen onder het verenkleed. Het bijzondere aan zijn oren is dat deze niet op gelijke hoogte staan, maar dat het ene oor staat wat hoger dan het andere oor. Daardoor kan hij als het ware diepte in het geluid waarnemen. Dit stelt hem in staat om in totale duisternis uitsluitend op zijn gehoor een prooi te vangen.

Verschenen 15 februari 2015