Groenling

Tegenwoordig hoor je er niet meer bij als je niet “groen” bent. Nu zijn er veel simpele manieren, bijvoorbeeld door het afval te scheiden of geen goor vergif te gebruiken in de (moes)tuin. Echter wanneer je volledig groen wilt leven, zul je terug moeten naar het stenen tijdperk. Ik denk dat er niet veel Nederlanders zijn die dat willen. Wilde dieren en planten hoeven zich niet groen te gedragen, die zijn het al volledig. Wat dat betreft is de groenling misschien wel het meest groen van alle in Nederland voorkomende vogels.

Het zal niet verbazingwekkend zijn dat de basiskleur van deze vinkachtige vogel groen is. Echter hij heeft een paar opvallende gele accenten. De randen van zijn vleugel en de meeste staartpennen zijn aan de basis helder geel. Vooral als hij vliegt vallen deze gele delen op. Ik heb het hier bewust over “hij”. Het vrouwtje is namelijk meer grijsgroen en haar geel in de veren is valer van kleur. Qua grootte heeft de groenling dezelfde afmetingen als de huismus.

Van nature komt de groenling voor aan de randen van bossen. Echter in de huidige maatschappij kun je hem op allerlei plekken vinden, variërend van bos, duinen, parken tot tuinen. Zolang er maar genoeg dichte struiken staan waarin hij kan broeden. Daar kan hij zijn nest bouwen op een hoogte van ongeveer twee meter. Soms meerdere nesten bij elkaar, wat dat betreft is hij geen strikt territoriale vogel.

Qua voedsel is de groenling een echte zaadeter, zijn stevige snavel duidt daar op. Met een bijzondere techniek weet hij de zaden te kraken. Al ronddraaiend trilt hij als het ware de zaden in zijn snavel. Op deze manier raakt de vrucht los van de schil en kan hij de kern opeten. Daarnaast is hij bijzonder gek op de rozenbottels van de hondsroos. Let maar eens op als je vanaf het spoor de Dorpsstraat oprijdt. Aan beide zijden van de weg staat de hondsroos en als in het najaar de rozenbottels rijp zijn, kun je geregeld de groenling in de struiken tegenkomen.

Verschenen 16 december 2015