Walnoot

Het is misschien een beetje vreemd om in het midden van de winter het over een bladverliezende boom te hebben. De walnoot in dit geval. Zijn bladeren liggen allemaal op de grond en de noten zijn opgeraapt en mogelijk al verwerkt in een lekkere salade. Over de kale boom is eveneens niets bijzonders te melden. Wel speciaal is hoe uit een noot een nieuwe boom kan groeien. De winterperiode is namelijk een belangrijke periode voor het ontkiemen van de noten. In die periode moet de buitenkant van de noot zacht gemaakt worden. Bij voorkeur in vochtig zand. Voor dit proces is zelfs een speciale termen: meuken. Dit woord, met een driepoot, heb ik echt niet zelf bedacht. Het woord staat zelfs in de Dikke van Dale.

In mijn voor- en achtertuin staan twee walnoten, die ik zelf uit noten opgekweekt heb. Voor de winter heb ik toentertijd een aantal noten in een grote pot met vochtig zand gestopt. In het daarop volgende voorjaar kreeg ik een aantal zaailingen. Het eerste jaar heb ik ze nog apart op laten opgroeien in een pot. Vervolgens heb ik een aantal zaailingen weggegeven en twee in mijn tuin geplant. Dat was in het begin van deze eeuw en inmiddels heb ik al een aantal jaren verse noten.

Niet alleen voor de noten heb ik deze twee walnoten geplant. In het groeiseizoen produceren de bladeren een aantal chemische stoffen, die muggen moeilijk kunnen verdragen. Deze irritante insecten blijven dus het liefst weg van zo’n boom. Aangezien mijn huis tussen twee walnoten staan, heb ik weinig last. Helaas blijft mijn slaapkamer niet altijd zonder muggen, een garantie kan ik dus niet geven.

Er zijn nog wel meer bijzonderheden over de walnoot te vermelden. Zo zijn er vele bijnamen bekend. Om er slechts een paar te noemen: klabbertoet, rosnot, hokkenotenboom, neukeleer en okkernoot. Verder zijn er allerlei mythes bekend. Bijvoorbeeld dat als men een noot opent met een zwarte inhoud, dat men het volgend jaar zou sterven. Ik zou dan al lang onder de grond moeten liggen.

Verschenen 20 januari 2016