Muntjak

“Ik zie niet, ik zie niet wat jij ook niet ziet en het is bruin”. Naast groen is bruin in de natuur een veel voorkomende kleur. Alleen al bij de zoogdieren is er een ruime keuze. In Nederland varieert het van de kleine spitsmuizen tot de veel grotere reeën en edelherten. Veel van die soorten heb ik in mijn leven wel eens gezien, terwijl ik in het begin over iets heb, dat ik zelf nog nooit gezien heb. Ik heb het over de muntjak.

De reden dat ik de muntjak nog nooit gezien heb, is dat deze hertensoort slechts op enkele plekken in Nederland voorkomt. Slechts op een paar locaties in Gelderland en Noord-Brabant. Daarnaast heeft hij een verborgen levenswijze, vooral in bosgebieden met dichte ondergroei. Dit kleine hert komt van oorsprong hier ook niet vandaan. Zijn officiële naam is namelijk de Chinese muntjak en komt logischerwijs uit die contreien. In dat gebied komt hij al voor sinds de tijd van de mammoeten en is sindsdien qua uiterlijk nauwelijks veranderd.

De muntjak is amper een meter lang en qua hoogte haalt hij maar net een halve meter. Hij is daarmee de kleinste hert in Europa. Qua uiterlijk heeft hij een varkensachtig voorkomen door zijn korte poten, zijn stevige lijf en zijn gekromde rug. Het meest opmerkelijke aan de muntjak zijn de relatief grote en scherpe hoektanden. Bij het mannetje kunnen die een lengte van vier centimeter bereiken en steken dan zelfs buiten de lip uit.

Door zijn verborgen levenswijze is de muntjak lastig waar te nemen. Daar komt bij dat hij alleen ’s nachts nog wel eens het dichte struikgewas wil verlaten. De beste manier om hem waar te nemen is aan zijn geluid. Een van zijn bijnamen is het “blafhert”. Hij maakt namelijk een blaffend geluid, dat hij vaak laat horen. Met name als er ergens gevaar dreigt, maar bijvoorbeeld ook als een vrouwtje paringsbereid is.

Verschenen 16 november 2016