Staartmees

Het is altijd verrassend om de staartmees tegen te komen. Afhankelijk van het jaar kan dat op vele locaties. In het broedseizoen voornamelijk in het bos of het park, daarbuiten op vele verschillende plekken. Bijvoorbeeld in de winter kun je hem in de tuin tegenkomen, als daar vetbollen hangen. Of beter gezegd, hen tegenkomen, want meestal zie je staartmezen in groepjes langskomen.

De staartmees is een klein en sociaal vogeltje en lijkt op een bolletje met een lange staart. Al scharrelend door de takken en twijgen is hij op zoek naar voedsel, zoals insecten en rupsen. In de winter komt daar ook zaad bij, zoals die vaak in vetbollen aanwezig zijn. Opvallend is dat hij zijn roep regelmatig laten horen. Die roep bestaat uit hoge, korte, scherpe en tsjirpende geluiden en heeft als doel om de groep bij elkaar te houden.

Het herkennen is niet moeilijk. Naast de veel grotere fazant is het de enige vogel in Nederland waarvan de staart langer is dan zijn lichaam. Zijn bovenzijde en staart zijn zwart van kleur en zijn onderzijde is wit, met hier en daar een roze waas. Zijn kop is wit en heeft meestal een brede, zwarte wenkbrauwstreep. Meestal, want in de winter komen sporadisch wel eens exemplaren uit Scandinavië en Oost-Europa langs met een geheel witte kop.

Dit prachtige vogeltje heeft ook een prachtig nest. Helaas, of misschien wel gelukkig, is dit nest lastig te vinden. Het is een bolvormig bouwsel van voornamelijk mos, spinrag en korstmossen. Aan de buitenkant is het enigszins gecamoufleerd door twijgjes en stukjes bast en heeft een ingang aan de zijkant. In dit nest legt het vrouwtje vanaf april tot juni haar acht tot twaalf eitjes, die zij ook nog eens zelf uitbroedt. Na ongeveer tweeënhalf week komen de eitjes uit, waarna beide ouders nog ruim twee weken de jongen daarbuiten verzorgen. Na het broedseizoen zwerven ze in groepjes rond, hopelijk naar je eigen tuin.

Verschenen 15 maart 2017