Oorworm

Er zijn allerlei kriebelbeestjes, waar veel mensen niet zo blij mee zijn. Zo zijn er hele contigenten die arachnofobie hebben. Met andere woorden, ze hebben een hekel aan spinnen. Verder kun je binnen zilvervisjes tegenkomen, die ook niet erg geliefd zijn. Niet alleen binnen, buiten zijn er eveneens van die kriebelbeestjes. Bekend is onder andere de pissebed, die tevoorschijn kan komen als je een tegel of steen optilt. Maar voor de oorworm is er vaak toch iets meer ontzag. Komt mijns inziens vooral door zijn twee karakteristieke tangachtige aanhangsels aan het achterlijf.

Er bestaat nog steeds de veronderstelling dat de oorworm zijn kan verschuilen in het menselijk oor. Sommigen gaan nog een stapje verder, dat een oorworm zich door het trommelvlies zou eten, om vervolgens eitjes in de hersenen te leggen. Dit laatste is natuurlijk flauwekul. In theorie zou een oorworm in een oor kunnen komen, echter zijn lijf is daar niet op aangepast. Wel verschuilt hij zich regelmatig in allerlei nauwe spleten.

De belangrijkste reden voor een dergelijk schuilplek is dat de oorworm gevoelig is voor uitdroging. Hij houdt meer van een vochtige omgeving en is overdag dan ook meestal niet actief. Tenzij hij door verstoring tevoorschijn komt. Dan kan hij zijn tangvormig aanhangsel dreigend omhoog houden. Ermee steken doen ze niet, hooguit mee knijpen. Pijn zal dat absoluut niet veroorzaken.

Qua voedsel is de oorworm een alleseter. Daardoor heeft hij een groot voordeel ten opzichte van specialisten, die een beperkter dieet hebben. Zijn menu bestaat uit plantaardig en dierlijk materiaal, zowel dood als levend. Bekend is dat de oorworm zich te goed doet aan bladluizen en andere schadelijke insecten. Daarom kan het handig zijn om de oorworm naar je (moes)tuin te lokken. Dat kan vrij eenvoudig door een bloempot met wat stro op z’n kop op een stok op te hangen. Doe dat pas in het voorjaar, de oorworm houdt namelijk in de winterperiode een soort van winterslaap in de grond.

Verschenen 12 april 2017