Fitis en tjiftjaf

Tijdens mijn eerste schooljaar op de middelbare school moest iedere leerling bij Nederlands een spreekbeurt houden. Mijn onderwerp indertijd weet ik niet meer, maar de spreekbeurt van één van mijn klasgenootjes zal ik nooit vergeten. Niet zozeer dat het een spectaculair onderwerp was, zijn spreekbeurt ging namelijk over de fitis en de tjiftjaf. Maar het bijzondere was de reactie van de docent na afloop. Nu ging de spreekbeurt niet denderend, maar de docent (niet de meest populaire leerkracht, integendeel) reageerde nogal bot. Zelfs met terminologie die niets met het vak Nederlands te maken hadden.

Waarom mijn klasgenoot indertijd de twee vogels als onderwerp had gekozen, is mij tot op heden niet bekend. Slim was het niet van hem, want hij was toen absoluut geen vogelaar en hoogstwaarschijnlijk nu nog steeds niet. Mogelijk was hij ergens in een of ander tijdschrift een artikel tegengekomen dat beide vogels ontzettend veel op elkaar lijken. Zelf kan ik de fitis en de tjiftjaf na ruim veertig jaar vogelervaring ook noch steeds niet uit elkaar houden. Dat wil zeggen als ze zich koest houden en dus niet hun gezang ten gehore brengen.

Beide vogels lijken veel op elkaar. Het zijn kleine bruingroene vogels met een lichte streep vlak boven hun oog en ter grootte van een pimpelmees. Er zijn uiteraard een paar verschillen, zoals de poten van de fitis zijn lichter van kleur en de vleugels zijn iets langer. Echter probeer dat maar eens buiten waar te nemen, als je een van beiden kunt ontdekken. Want door hun schutkleuren vallen ze nauwelijks op tussen het gebladerte.

Om zeker te zijn welke van de twee je te maken hebt, is hun gezang essentieel. Nu zou je kunnen bedenken dat het beschrijven van hun gezang lastig is. Echter de tjiftjaf zingt in feite zijn eigen naam, vergelijkbaar met de koekoek en de kievit. Niet sporadisch, want zodra hij terug is in het voorjaar hoor je “zijn naam” regelmatig en vrijwel overal. Het gezang van de fitis is een melodieus aflopende riedeltje.

Verschenen 26 april 2017