Vogeloren

Het aantal spreekwoorden en gezegden waarin het woord oor of oren voorkomt is niet gering. Logisch dat ze met luisteren te maken hebben, zoals “Een luisterend oor vinden”. Bij iets minder krijg je “Met een half oor meeluisteren” en helemaal niet “Dat gaat het ene oor in, het andere oor uit”. Maar er zijn er genoeg die niets met luisteren te maken hebben, zoals “Nog nat zijn achter de oren” of “Iemand een oor aannaaien”. Dat er zoveel zijn heeft natuurlijk te maken met het feit dat oren een prominente plek op het hoofd innemen. Zowel bij mensen als bij zoogdieren. Voor de laatste categorie zijn oren vaak essentieel. Is het niet om een prooi te lokaliseren (denk aan vleermuizen), dan wel om een roofdier tijdig te ontdekken (denk aan herten en antilopen).

Maar hoe zit het dan bij vogels? Die hebben geen schelpvormige uitsteeksels aan de zijkant van hun kop. Uiteraard hebben vogels oren, ze zijn alleen verstopt achter het verenkleed op hun kop. Ze zitten ongeveer op dezelfde plek, zoals dat bij zoogdieren het geval is. De reden dat de oren niet te zien zijn heeft voornamelijk met hun evolutie te maken. Met uitstekende delen heb je met meer luchtweerstand te maken bij het vliegen.

Net als bij zoogdieren dienen de oren van vogels ook voor het evenwicht. Het inwendige van hun oren ziet er dan ook nagenoeg hetzelfde uit. De openingen zijn dus aan het zicht onttrokken, maar zijn niet bedekt door een “dik pak veren”. Het zijn meestal wat lossere veertjes, die ze eventueel nog iets kunnen oprichten voor een beter hoorresultaat. Echter in het algemeen kunnen vogels wel minder horen dan zoogdieren. De hoge tonen zijn geen probleem, met name de lage tonen kunnen ze moeilijker horen.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen in de vogelwereld als het op horen aankomt. Uilen hebben een uitstekend gehoor. Sommige kunnen zelfs uitsluitend op gehoor een prooi vangen. Overigens niet met hun oorvormige veertjes op hun kop, die zitten er voor de sier.

Verschenen 20 december 2017