Koolmees

Bij evolutie denkt men al gauw aan een proces dat zich over een zeer lange periode strekt, soms wel duizenden jaren. Verder is het een proces dat van natuurlijke aard is, met andere woorden de mens komt er niet aan te pas. Echter onlangs is uit een onderzoek aan koolmezen gebleken dat een bepaald evolutionair proces in een korte periode heeft plaats gevonden en dat onder invloed van de mens is ontstaan.

Het heeft te maken met de snavellengte van koolmezen. Het bleek dat die in Engeland significant langer is dan die van koolmezen in bijvoorbeeld Nederland. De onderzoekers zijn daar op ingedoken en kwamen tot de conclusie dat het te maken heeft met het voedergedrag van de Engelse bevolking in hun tuinen. Nu zul je zeggen, in Nederlandse tuinen is ook genoeg voedsel te vinden, in de vorm van vetbollen en pinda’s.

Het grote verschil tussen Engeland en Nederland is dat de Engelsen veel langer hun tuinvogels verwennen. Daar doen ze dat al meer dan een eeuw. Verder is het aantal tuinen waarin ze bijvoeren veel malen hoger dan in Nederland. Kortom, de Engelse koolmezen hebben veel langer baat gehad van het bijvoeren. Uit het onderzoek bleek dat koolmezen met een iets langere snavel makkelijker bij het voedsel konden komen. Hun nakomelingen waren daardoor in het voordeel in vergelijking met nakomelingen van koolmezen met kortere snavels. Bedenk hierbij dat in Engeland veel gebruik gemaakt van zogenaamde voedersilo’s met alleen een opening voor een snavel, dan verklaart dat waarom langere snavels voordeel hebben.

Bij een langere snavel moet je niet in grote afmetingen denken, het is slecht een kleine millimeter. Niet veel, maar wel meetbaar. Voor het onderzoek zijn van vele duizenden koolmezen de lengte van de snavel gemeten, waaronder ook bij museumexemplaren. De lengte van de snavel bleek trouwens vast te liggen op dezelfde genen als die voor de vorm van de snavel van de bekende darwinvinken.

Verschenen 7 februari 2018