Pingoruïne

In de winter zal bij menig persoon het hart sneller gaan kloppen. Vooral als de temperatuur ’s nachts, en bij voorkeur ook overdag, onder nul komen. Liefst ook nog zonder dat er sneeuw valt. Want je begrijpt het al, de schaatsen kunnen uit het vet. Op meren, sloten en ondergelopen weilanden kunnen de eerste baantjes getrokken worden. Het leren schaatsen zal meestal op de kleinere bevroren waterpartijen gebeurd zijn. Ik vermoed zelfs dat sommige dorpsgenoten hebben leren schaatsen op een pingoruïne. In Drenthe komen namelijk meerdere pingoruïnes voor. Nu zie ik je denken, wat is in vredesnaam een pingoruïne?

Simpelweg is een pingoruïne niets anders dan de ruïne van een pingo. Dat is een overblijfsel uit de laatste ijstijd, zo’n 15.000 jaar geleden. Het woord pingo komt uit het Inuit (Eskimo’s van Groenland en Canada) en betekent “heuvel die groeit”. In die ijstijd kon op meerdere plekken diep grondwater spontaan naar boven komen. Aangezien de temperatuur permanent onder nul was, bevroor dat grondwater natuurlijk. Echter van onderen kwam steeds nieuw grondwater omhoog, zodat na verloop van tijd een steeds grotere bol van ijs (in vaktaal een ijslens) kon ontstaan. Zo’n ijslens kon vrij groot zijn, de hoogte varieerde van 40 tot 50 meter en de doorsnede was 75 tot 200 meter. Deze ijslens drukte de grond erboven logischerwijs omhoog. Hierdoor ontstonden her en der, in een verder plat landschap, “spontaan” heuvels.

Toen de ijstijd tot een eind kwam, smolten die ijslenzen natuurlijk. Het gevolg was dat die heuvels veranderden in kuilen, waarin water kon blijven staan. Er blijven dan kleine meertjes over, die ogenschijnlijk zonder een vast patroon verspreid over het landschap voorkomen.

Nu is niet elk meertje in Drenthe een pingoruïne. Zo komen op bijvoorbeeld het Dwingelderveld ook meerdere vennen voor. Hun ontstaansgeschiedenis is heel anders en ze zijn vaak veel minder diep. Een pingoruïne kan namelijk 20 meter diep zijn, maar onder andere door vervening halen ze tegenwoordig die diepte niet meer. Er zijn zelfs pingoruïnes die door verlanding geheel droog staan.

Verschenen op 27 februari 2019