Grote zijdebij

De honingbij zal bij veel mensen wel bekend zijn. Ik denk zelfs dat bij de meeste mensen wel een potje honing in de kast staat. De honingbij is echter geen wilde bij, menig imker zorgt ervoor dat wij van deze zoetigheid kunnen genieten. Daarnaast zorgen honingbijen ook voor de bestuiving van veel bloemen. Echter naast de honingbij zorgen vele wilde bijensoorten ook voor de bestuiving van bloemen. Daarvan zijn er meerdere tientallen, sommige websites hebben het over meer dan 200 bijensoorten, andere zelfs over meer dan 300.

Een van de vele bijensoorten is de grote zijdebij, vrij algemeen in Nederland. Hij lijkt wel wat op de honingbij, echter de heldere dwarsbanden op zijn achterlijf ontbreken en zijn borststuk is donkerbruin behaard. Belangrijk kenmerk is dat hij vroeg in het voorjaar tevoorschijn komt. Vanaf maart tot halverwege juni, met een piek in april. In het Duits is zijn naam dan ook niet voor niets Frühlings-Seidenbiene. De locatie waar je hem het beste kunt zien moet wel aan twee voorwaarden voldoen. Ten eerste moet er een zanderige bodem zijn en ten tweede moeten er wilgen groeien.

De zandgrond gebruikt de grote zijdebij om voor het nageslacht te zorgen. Daarin kan hij gemakkelijk een lange nestgang graven om daar de eitjes te leggen. Deze nestgang is dan uiteraard voorzien van voedsel, voor als het eitje uitkomt. Zo’n nestgang is meestal horizontaal gegraven en kan wel een meter diep zijn. De gehele ontwikkeling van de grote zijdebij vindt in deze nestgang plaats, in het vroege voorjaar komt een volwassen insect weer tevoorschijn.

De wilgen zijn nodig voor zijn voedselvoorziening. In het voorjaar staan veel wilgensoorten in bloei, omdat deze bomen veelvuldig gebruik maken van windbestuiving. Doordat er nog geen bladeren aan de bomen zitten, heeft het stuifmeel zodoende een goede kans om tot bestuiving te komen. De boswilg, de geoorde wilg, de grauwe wilg en de kruipwilg zijn vooral in trek bij de grote zijdebij. Aangezien de kruipwilg vooral in de duinen groeit, is hij daar een algemene verschijning.

Verschenen 13 maart 2019