Boomklever

Het kan niet veel mensen ontgaan zijn dat het met verschillende zaken in de natuur niet de goede kant opgaat. De bijen hebben het om allerlei redenen zwaar te verduren. En met sommige vogels gaat het sterk bergafwaarts. In ieder geval in Nederland. De patrijs is nauwelijks meer te vinden op de akkers en het prachtige gezang van de veldleeuwerik boven de velden is steeds minder te horen.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel. De blauwe reiger staat bijvoorbeeld midden in de stad naast een visser te wachten of hij wat vangt. Een andere vogel die geheel onverwachts in aantal is toegenomen is de boomklever. Het aantal broedparen van deze bosvogel bedroeg ongeveer vijftig jaar geleden rond de tienduizend stuks. Nu is dat ver boven de dertigduizend. Voor Drenthe zijn die cijfers nog spectaculairder. In de jaren zeventig waren er slechts tien broedparen in de gehele provincie. Bijna een halve eeuw later is dat aantal gestegen tot boven de vierduizend. Een andere opmerkelijke verandering is dat deze bosvogel zich niet meer beperkt tot grote bospercelen. Zo is hij steeds vaker in parken te vinden en ik heb hem zelfs in de grote eiken bij de kerk van Koekange gezien. Niet bepaald een groot bos.

Een belangrijke reden van zijn toename is het ouder worden van veel bospercelen, vooral in het westelijk en noordelijk deel van Nederland. Veel van die bossen zijn de vorige eeuw aangeplant en hebben nu een leeftijd die voor de boomklever interessant is. Zijn voorkeur gaat uit naar bomen van minimaal dertig jaar oud, liefst nog meer dan vijftig. Tevens blijft er tegenwoordig vaker dood hout in het bos achter, waaronder ook de staande exemplaren. Daar vindt hij voldoende voedsel voor zichzelf en zijn nageslacht.

Hoe herken je de boomklever? Een musgrote vogel met een blauwgrijze bovenkant, een oranjebruine onderkant en een opvallende zwarte streep over zijn ogen. Daarbij loopt hij zowel omhoog als omlaag langs de stam van een boom. Hij kleeft als het ware aan de boom.

Verschenen 24 april 2019