Visarend

“Je ziet ze vliegen.” Dat krijg ik soms nog wel eens naar mijn hoofd geslingerd. Gelukkig niet in figuurlijke zin, immers er mankeert niet veel aan mijn mentale gezondheid. Het is letterlijk bedoeld en als ik zeg dat ik al bijna een halve eeuw een vogelaar ben, zal eenieder begrijpen dat het te maken heeft met overvliegende vogels.

Op de eerste dag van de herfst was ik op mijn fiets op weg naar de Spar, toen ik halverwege Roelof Westert tegenkwam, druk aan de arbeid in een van de tuinen. Ik had een vraag aan hem over het snoeien van een beuk. Tijdens zijn uitleg zag ik in mijn ooghoek ineens twee vogels overvliegen. Een daarvan viel mij gelijk op door zijn afwijkende grootte en vorm. Dat moest wel een visarend zijn, die had ik in ons dorp nog nooit gezien.

Ik onderbrak Roelof in zijn betoog om hem een en ander uit te leggen over de visarend. Aangezien het officieel de eerste herfstdag was, was het niet uitzonderlijk om een overvliegende visarend te zien. Het is immers voor veel vogels de tijd om naar zuidelijkere streken te trekken. De visarend is daarop geen uitzondering, hij staat in Nederland vooral bekend als doortrekker, zowel in het voor- als het najaar. 

De visarend heeft een grotere spanwijdte dan de alom bekende buizerd, die je vrijwel dagelijks rondom ons dorp kunt zien. Dat kan in sommige gevallen wel een halve meter schelen. De reden dat ik die grootte goed kon inschatten was dat er een kraai bij hem vloog, die hem lastig aan het vallen was. Zulk gedrag zie je wel vaker bij kraaiachtigen.

Een ander kenmerk van een vliegende visarend zijn de enigszins geknikte vleugels, dat zie je nooit bij de buizerd. Daarnaast heeft hij altijd een lichte onderzijde, maar dat was door het felle tegenlicht lastig waar te nemen. Al met al een bijzondere waarneming en gelijk een aanvulling voor mijn Koekange-vogellijst.

Verschenen 16 oktober 2019