Kuifpink

Soms is de naam van een dier of plant erg voor de hand liggend. Zo bestaat er een spin, met het kleurpatroon van een tijger en die zijn kleverige draden naar zijn prooi spuit. Niet verwonderlijk dat de Nederlandse naam de getijgerde lijmspuiter luidt. Wat te denken van een klein mosje, waarvan de bladeren lijken op de mijter van Sinterklaas die is platgeslagen. Deze heet derhalve het platgeslagen sinterklaasmutsjesmos. Beiden heb ik hier al eens behandeld.

Maar hoe zit het dan met de schorsmarpissa? Dat schors is nog wel te begrijpen, maar waar slaat dat marpissa op? Heel simpel, dat is de Latijnse naam van deze spin. Immers alle levende organismen hebben een Latijnse naam. Wat te denken van de zoetwatervis met als naam de kwabaal. Deze vis is familie van de kabeljauw, bepaald geen familie van de paling. Waarschijnlijk komt het deel "aal" van het feit dat hij nogal langwerpig is en net als de paling zich overdag onder allerlei objecten schuil houdt. Het deel "kwab" is voor mij tot op heden een raadsel.

Zoals ik onlangs in deze column al meldde, zijn er organismen waarvan er in het Nederlands nog geen naam bekend is. Ik had het toen over de eikennachtkever. Van dit insect is slechts een bijna onuitsprekelijke Latijnse naam bekend. Maar het kan nog gekker.

In het voorjaar vierde in mijn verjaardag en kreeg ik van mijn geliefde een boek cadeau. Op dat boek stond met grote letters "Vogels van Europa". Ik dacht in eerste instantie aan een vogelgids, alsof ik er als vogelaar nog niet genoeg zou hebben. Wel dus! Echter boven die titel stond in kleinere letters "De nieuwe gids voor niet-bestaande". In dit boek zijn 50 vogels opgenomen die absoluut niet bestaan en door de auteur O.C. Hooymeijer zelf zijn bedacht. Ooit gehoord van de kuifpink, de mestpikker, het akkertje of de meut? Totdat dit boek uitkwam denk ik nog nooit iemand. Een aanrader dit boek!