Baardmannetje

In de omgeving waar ik woon zijn veel boerderijen, waar van oudsher riet op ligt. Niet verwonderlijk, vroeger was het een goedkoop materiaal als dakbedekking en het is in de buurt rijkelijk voor handen. De Weerribben en de Wieden liggen bijna om de hoek. Deze gebieden zijn inmiddels in gebruik als natuurgebied, alhoewel ze daar nog wel riet mogen maaien voor dakbedekking.

In die rietvelden komen verschillende vogels voor, die specifiek in zo’n moerassig gebied leven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de roerdomp, een mysterieuze reigerachtige vogel, die in paalhouding tussen het riet bijna onzichtbaar is. Een andere vogel is het baardmannetje. Veel minder bekend bij het gemiddelde publiek, maar daarom niet minder mooi. Prachtig zou ik zelfs zeggen, wat een mooie vogel is dat!

Vooral het mannetje van het baardmannetje is prachtig om te zien. Hij heeft een kaneelbruin verenkleed, inclusief zijn lange staart. Zijn gehele kop is lichtgrijs en het meest opvallend zijn de zwarte bakkebaarden onder zijn ogen. De kleur van zijn snavel varieert van geel tot donkerbruin. Bij het vrouwtje ontbreekt de grijze kop en de bakkebaarden.

Het is een monogame broedvogel, die in staat is om jaarlijks drie of vier broedsels groot te brengen. Met een beetje geluk zorgen ze voor pakweg 20 nakomelingen. Voordat de Flevopolders er waren, was het baardmannetje in Nederland vrij zeldzaam. Echter na het droogleggen van die polders “explodeerde” het aantal broedparen. Mede natuurlijk door hun voortplantingsdrang en de vele nieuwe rietvelden. Echter deze rietvelden verdwenen na verloop van tijd voor akkerland, waarna het aantal broedparen logischerwijs daalde.

De laatste keer dat ik baardmannetjes zag was een paar jaar geleden in het Nationaal Park Lauwersmeer. Een collega wilde graag de slechtvalk zien en daarom reisden we op een vrije dag daarheen. Vlak voordat we een schuilhut indoken om de slechtvalk zoeken, passeerden we een groot rietveld. Daar vloog een zwerm baardmannetjes rond, dus dat was een extra bonus aan ons bezoek aldaar.

Verschenen 10 juni 2020