KGGB-vogels

Een van mijn mooiste reizen ooit was een vogelreis naar Kenia in 1990. Deze reis was door een Engelse reisorganisatie georganiseerd, een specialist in vogelreizen naar alle delen van de wereld. Mijn vrouw en ik waren de enige Nederlanders, de rest van het gezelschap bestond uit Engelsen en Amerikanen.

In Nairobi aangekomen verdeelden wij ons over twee busjes. De beide reisleider, Simon en Nigel, stonden via een walkie-talkie met elkaar in verbinding. Immers als in het ene busje een bijzondere vogel werd gezien, kon het andere busje daarvan op de hoogte gebracht worden.

Nu vliegen er in Kenia aanzienlijk meer vogels rond dan in ons kikkerlandje, dus logischerwijs zijn er ook genoeg die lastig uit elkaar te houden zijn. Simon had daar een term voor bedacht, hij noemde ze LBJ’s. Dit staat voor Little Brown Job, omdat het kleine vogels zijn, die voor een groot deel een bruin verenkleed hebben. Vaak alleen door hun zang uit elkaar te houden.

In ons land komen ook een twintigtal zangvogels voor die lastig uit elkaar te houden zijn. De term LBJ volstaat hier niet, deze vogels hebben iets meer kleur. Ik heb dus bedacht om ze KGGB-vogels te noemen. Dat staat voor Klein, Geelgroen, Grijs en/of Bruin. Deze letters zijn mede gekozen vanwege de gelijkenis met de voormalige Russische geheime dienst.

De bekendste KGGB-vogels zijn natuurlijk de fitis en de tjiftjaf. Zonder hun zang lastig uit elkaar te houden. Beiden zijn het kleine, onopvallend bruingeelgroen gekleurde vogels. Maar er zijn er nog meer. Zo heb je in de duinen de nachtegaal, met mijns inziens de prachtigste zang. In tuin en bos zijn er naast de tjiftjaf en de fitis onder andere de spotvogel en de tuinfluiter. Tot slot komen in rietvelden bijvoorbeeld de bosrietzanger, de snor en de krekelzanger voor. Ga regelmatig op pad met de drie V’s: Vogelgids, Verrekijker en Veel geduld. Dan leer je de KGGB-vogels op den duur wel kennen.

Verschenen 28 oktober 2020