Duizendpoot

Met een groepje wandelvrienden hebben we afgesproken om af en toe een etappe van een vierdaagse te lopen. Daarvoor is het handig dat ik wat ga trainen, dus ik besloot om naar mijn goede vriend Axel in Weerwille te wandelen om een geleend boek terug te brengen. Tijdens een bakkie thee vroeg ik hem of hij nog een onderwerp wist voor Stukje Natuur. Meteen kwam hij met de duizendpoot op de proppen, die had ik nog niet behandeld.

Net als het insect, de spin, de pissebed en de kreeft behoort de duizendpoot tot de geleedpotigen. Dat wil zeggen dat hij koudbloedig is en een uitwendig skelet heeft met een gesegmenteerd lichaam en gelede poten. Trouwens van alle diersoorten op Aarde behoort ruim 80% tot de geleedpotigen!

De duizendpoot komt aan zijn naam door de vele poten aan de zijkant van zijn lijf. Het zijn er echter geen duizend, als je dat zou denken. Bij de meeste soorten bestaat hun lange lijf uit ongeveer vijftien segmenten, waarbij elk segment aan weerszijde een poot heeft. De voorste twee poten zijn overigens omgevormd tot gifklauwen, waarmee hij zijn prooi kan verdoven en/of doden. Dus die duizend poten zijn schromelijk overdreven. Wat dat betreft zitten de Engelsen en Duitsers er dichter bij. Vrij vertaald noemen zij hem de honderdpoot.

De meest algemene duizendpoot in Nederland is de gewone steenloper. Een volwassen exemplaar heeft een lengte van maximaal 35 millimeter, een roodbruine tot oranje kleur en glanzende segmenten. De gewone steenloper is een snelle jager, die onder stenen en tussen bladeren jaagt op slakken, regenwormen en insecten. Vanwege zijn dunne huid is hij gevoelig voor uitdroging en jaagt hij dan ook 's avonds en 's nachts. Overdag is hij te vinden onder boomschors, stenen en houtblokken. 

Bij geboorte heeft de gewone steenloper slechts zeven paar poten. In de loop van zijn ontwikkeling komen er na elke vervelling een paar poten bij totdat zijn totaal op vijftien paar is uitgekomen.

Verschenen 10 februari 2021