Vogelreis Kenia (eerste deel)

De volgende passage uit mijn boek “Mijn vogels, belevenissen van een vogelaar” gaat over een vogelreis naar Kenia in 1990.

Vanuit de lommerrijke en enigszins vochtige omgeving van Mount Kenya vertrekken we in noordelijke richting naar het veel drogere Samburu National Reserve en het Buffalo Springs National Reserve. Deze parken liggen aan weerszijden van de Ewaso Ng’iro River. We overnachten daar een paar nachten in luxueuze tenten van een resort. Heel bijzonder om ’s nachts in een tent te slapen, met in de verte het gebrul van leeuwen. 

Een ander biotoop, dus logischerwijs andere vogels en dieren. Qua dieren vallen de spiesbok en de girafgazelle op. We zien ze beiden elke dag. De spiesbok heeft een prachtige zwart-witte kop met lange geringde hoorns en de girafgazelle is opvallend vanwege zijn extreem lange nek. Bij de vogels vallen deze dagen een aantal wevervogels op. Deze zijn bekend vanwege de ingenieuze manier waarop zij hun nesten bouwen, vaak hangend aan het uiteinde van een tak. Aangezien het terrein waar we verblijven relatief open is met verspreid staande bomen, vallen hun nesten extra op. Vooral omdat er soms tientallen nesten in een boom hangen. In Kenia kunnen we ruim dertig wevervogels verwachten, maar in deze twee parken zien we slechts een klein deel daarvan. Ik beperk me tot de witkopbuffelwever, de goudwever en de roodbekwever. Hun uiterlijk is voor een deel uit de naam te herleiden. Naar het schijnt is de roodbekwever de meest talrijke vogel op aarde, naar schatting anderhalf miljard exemplaren. De meest talrijke wilde vogel moet ik zeggen, want van de gedomesticeerde kip lopen er zo’n 24 miljard rond. Maar dat is een heel ander verhaal. De hoogste score van deze drie dagen is 142 vogels en 21 dieren op één dag.

Uit het hoofdstuk “Vogelreis Kenia” pagina 54-55.

Verschenen 19 mei 2021