Vogelreis Kenia (tweede deel)

De volgende passage uit mijn boek “Mijn vogels, belevenissen van een vogelaar” gaat over een vogelreis naar Kenia in 1990.

Veel tv-documentaires over de Serengeti doen je geloven dat er voornamelijk grote en minder grote dieren rondlopen. De Masai Mara bestaat niet alleen uit savannes met grote grasvlakten en verspreid staande acacia’s. Er komen ook natte gebieden voor. Dat blijkt wel uit het feit dat we een aantal ijsvogels tegenkomen. Achtereenvolgens de bonte ijsvogel, de bruinkapijsvogel, de kastanjebuikijsvogel, de Senegalijsvogel, de malachietijsvogel en de Afrikaanse dwergijsvogel. De laatste twee uit dit rijtje lijken veel op onze eigen ijsvogel. Andere vogels uit natte omgevingen zijn de jacana, de meerkoet, de knobbelmeerkoet, de rosse fluiteend, de witwangfluiteend, de Hottentottaling en de geelsnaveleend. 

Tussen de leeuwen, olifanten, giraffes, gnoes, zebra’s en gazelles lopen en vliegen genoeg vogels. De grotere vogels vallen natuurlijk het meest op. Voorbeelden zijn de zwartbuiktrap, de Senegaltrap, de Hartlaubs trap, de secretarisvogel en de zuidelijke hoornraaf. Deze laatste behoort tot de neushoornvogels en heeft een lengte van ruim een meter en een spanwijdte van bijna twee meter. Het is een geheel zwarte vogel met witte slagpennen, die alleen in vlucht zichtbaar zijn. Opvallend is de rode naakte huid rond zijn ogen en keel. De neushoorn op zijn snavel is minder opvallend dan bij veel van zijn soortgenoten. De secretarisvogel behoort tot de roofvogels en heeft een grijs verenkleed met zwarte slagpennen en een zwarte broek. Zijn naam dankt hij mogelijk aan zijn zwarte pluimen op zijn kop, die doen denken aan de veer achter het oor van een klerk. Hij heeft extreem lange en krachtige poten, waarmee hij als een gentleman parmantig door het lange gras loopt, op zoek naar voornamelijk slangen. Vliegen doet hij alleen als het echt noodzakelijk is, bijvoorbeeld als een grote kat vervelend doet.

Uit het hoofdstuk “Vogelreis Kenia” pagina 59.

Verschenen 30 juni 2021