Meidoorn

In zowel de natuur als in tuin en park zijn er een aantal struiken met in hun naam een onaangenaam element. Ik heb het over de doorn en qua struiken bedoel ik de meidoorn, sleedoorn, duindoorn en vuurdoorn. Een doorn is een tot een scherpe punt omgevormd uiteinde van een tak. Dit in tegenstelling tot de stekels van een roos, die zitten min of meer verspreid op een stengels en kun je er relatief gemakkelijk afbreken. Bij doornen is dat heel wat lastiger en maakt het snoeiwerk van een dergelijke struik een stuk vervelender. Hoewel de soorten vaak als struik voorkomen kunnen ze in sommige gevallen uitgroeien tot een kleine boom.

Van de vier genoemde struiken is de meidoorn het meest algemeen en komt in heel ons land voor. De sleedoorn komt eveneens op veel plekken voor, maar in mindere mate op de zware kleigronden. Het spreekt voor zich dat de duindoorn vooral in onze duinen te vinden is. De wilde variant van de vuurdoorn is zeer zeldzaam, cultuurvariëteiten uit Zuidoost-Azië zie je vooral in tuinen.

De meidoorn is belangrijk voor allerlei organismen. Het biedt bescherming en nestgelegenheid, in het voorjaar produceren de bloemen stuifmeel en nectar en in het najaar dienen de bessen als voedsel. Niet alleen de natuur heeft baat bij deze struik, in het verleden diende de meidoorn als afscheiding tussen akkers en weiden.

Toen ik in de jaren negentig in Engeland woonde, heb ik mij kunnen bekwamen in het  ouderwets leggen van meidoornhagen. Op gegeven moment is een meidoornhaag te hoog en te breed uitgegroeid. Van elke meidoorn snoeiden we de uitstekende takken, totdat er een enigszins kale stam overbleef. Die stam hakten we dan voor driekwart doormidden waarna we alle stammen in de lengte van de haag over elkaar platlegden. Vergelijk het met omgevallen dominostenen. In het daarop volgende voorjaar konden de nieuwe uitlopers uitgroeien tussen de platgelegde stammen en had je weer een keurig afscheiding.

Verschenen 14 juli 2021